Poeziecentrum

Wij werken momenteel haastig aan de mobiele versie van onze vernieuwde website!
U kan de oude website nog raadplegen voor verdere informatie,
of u kan hem bekijken op uw desktop.

Poeziecentrum

Bericht aan alle Vlaamse en Nederlandse scholen en bibliotheken: Bestelperiode campagnemateriaal Poëzieweek 2023 gestart!

Beeldspraak - aflevering 16: Dorien de Wit - eindig de dag nooit met een vraag

Aanvraag gratis les "Poëzie schrijven met kleuters"

Poëziecentrum wordt partner in tweede Europees poëzieproject: ArtACT

Het Europees poëzieplatform Versopolis wordt opnieuw verlengd!

De hartvinger - Paul Demets

Schilder Raoul De Keyser (1930-2012) was ‘de sfinx uit Deinze’. Tussen het begin van het nieuwe millennium en 2005 ontmoette Paul Demets zijn streekgenoot, die  een ‘sfinx’ genoemd werd omdat hij zijn werk het liefst voor zichzelf liet spreken, regelmatig. Het daagde Paul Demets uit om een bundel aan aspecten uit het oeuvre van Raoul De Keyser, vooral aan het observeren en de manier waarop dat een plaats krijgt in het werk, te wijden.
Dit is een bundel over de tussenruimte, in de betekenis die Jacques Derrida er aan gaf: het parergon. Wat naast of buiten het werk valt, is voor Derrida even belangrijk als het werk zelf. De grens tussen verschillende artistieke disciplines, bijvoorbeeld tussen poëzie en beeldende kunst, vervaagt daardoor. Een bundel die getuigt van een zoektocht naar de poëtica’s van een dichter en een schilder, die na vele jaren nu voor het eerst het licht ziet.

Paul Demets is lector in KASK (HoGent), onderwijsdidacticus aan de UGent en poëzierecensent voor onder meer De Standaard. In 2021 publiceerde hij zijn ‘predebuut’ Het web van omtrek (Poëziecentrum), een bundel waarin elk gedicht verwijst naar een werk van de overleden schilder en inwoner van zijn gemeente Roger Raveel. In het najaar publiceerde hij zijn ‘Spilliaertbundel’ De landsheer van de Lethe (Poëziecentrum), waarvan hij het manuscript in 1997 voltooide. In dat jaar werd het met de Baekelmansprijs van de KANTL bekroond, in april 2022 met de Paul Snoekprijs. Eind januari 2022 verscheen de bundel De bijendans bij De Bezige Bij.

De zon verschrompelt tot een witte dwerg - Chen Yuhong, vert. Silvia Marijnissen

De elegante verzen van de eigenzinnige schrijfster Chen Yuhong lijken een dynamisch en harmonieus samenspel van de complementaire waarden yin en yang: eenvoud wordt moeiteloos afgewisseld met meer hermetische zinnen, de lyrische, zachte toon is onderbouwd door stevige structuren, gevoelens zijn gekanaliseerd door rede, en ze kan tegelijkertijd zwaar en licht overkomen, gedetailleerd en toch gecondenseerd.

Chen Yuhong put voor haar beelden veel uit flora en fauna of een landschap (vaak gelieerd aan haar reizen naar plaatsen als Xinjiang, Japan, Tibet, of haar lange verblijf in Canada). Het zijn tijdloze gedichten vol verstilling, licht, water, maan, liefde en hoop. Via een concrete beschrijving van een vogel, een bloem, of een sterrenregen sijpelt langzaam een hele metafysische, innerlijke wereld binnen – een wereld waarin de zon verschrompelt tot een witte dwerg en waarin de maan mag zweten, een wereld waarin vaak de liefde wordt bezongen maar ook wordt stilgestaan bij grote gebeurtenissen zoals de tsunami bij Fukushima.

De Taiwanese Chen Yuhong (1952) publiceerde haar poëziedebuut relatief laat (in 1996), maar inmiddels behoort ze tot de meest gerenommeerde dichters van het land. Daarnaast publiceerde ze als vertaalster onder meer werk van Sappho, Louise Glück, Margaret Atwood, Carol Ann Duffy, Ann Carson en Elisabeth Bishop. De invloed van die schrijfsters is in haar eigen gedichten duidelijk terug te zien.

Silvia Marijnissen (1970) is vertaalster van Chineestalige literatuur. Ze is co-vertaalster van de 18e-eeuwse klassieker De droom van de rode kamer, vertaalde romans van Nobelprijswinnaar Mo Yan en van Eileen Chang, moderne poëzie van vele dichters uit China en Taiwan, en klassieke landschapspoëzie.

Ontwrichte gedichten - Elvis Peeters

Deze bundel heeft het niet met schoonschrijverij. De wereld kan niet schoongeschreven worden. De lezer van een gedicht is niet de lezer van de krant, van het internetbericht, van de wettekst, van het pamflet of de roman. Op zijn best combineert hij al deze manieren van lezen. Maar de lezer van het gedicht is niet uit op informatie, op een verhaal of een influistering. Het gedicht, dat weten we sinds het einde van de 19e eeuw, wil niet meer of minder dan de ontregeling van alle zinnen. Daar is, sinds het begin van de 21ste eeuw, de politiek in geslaagd – en misschien meer nog, al sinds het einde van de 20ste eeuw, de economie. Welk terrein ligt dan nog braak voor de poëzie?

Elvis Peeters (1957) publiceerde poëzie in de ambigue bundel Wat overblijft is het verlangen (2001) en in de dichtbundels Dichter (2008), Nu (2015), Antithesen (2018) en De wanbidder (2020).

Samen met coauteur Nicole van Bael schrijft hij ook proza en theater. In 2021 verscheen hun novelle Wat alleen wij weten met tekeningen van Charlotte Peys.

Pagina's

De zuivere lyriek is altijd plagiaat, alleen in eigen leven kan men leren het woord te scheiden van het vlees.

Charles Ducal

De eeuwigheid zwijgt in alle talen. Alleen de vorm kan een stukje verbruikbare tijdeloosheid veroveren.

Henri-Floris Jespers - Poëziekrant, 1982

Goede poëzie doet de tijd stollen - Campuskrant KULeuven - 25 mei 2016

Jens Meijen - Jonge Dichter des Vaderlands (België)

Dichten is denken met hart en hoofd.

Rik Torfs

Het kunstwerk of gedicht is niet het resultaat van een influistering, eerder een antwoord op het uitblijven daarvan.

Henk van der Waal - Poëziekrant, 2004

Iedereen heeft natuurlijk gevoelens en ideeën, een dichter is geen speciaal soort veldsalade die op een andere manier gevoelens zou hebben of hikken.

Roger M.J. de Neef - Poëziekrant, 1986

Je schrijft niet los van de wereld. Mijn uitgangspunt is dat je de schrijftafel splinter na splinter moet afbreken, zodanig dat je alleen nog kan schrijven op de rug van het leven.

Gwij Mandelinck - Poëziekrant, 1986

De dichter moet alle geijkte begrippen bestrijden.

Willem M. Roggeman - Poëziekrant, 1985

Met mijn gedichten communiceer ik de perikelen van de communicatie.

Mark Insingel - Poëziekrant, 1986

Het platvloerse is een pendant van mijn zeer subtiele metafysische vluchten.

Hugo Claus