Voor een superpoëtische samenleving: Luuk Gruwez
Wij kiezen resoluut voor een superpoëtische samenleving. En met ons de dichters en ambassadeurs van de poëzie die dat dag in dag uit proberen waar te maken. Vandaag stellen we graag Luuk Gruwez aan u voor.
IM ABENDROT
Olo heeft te lang in later geloofd, bekent hij in
zijn testament. En dat hij naliet te noteren hoezeer
ook híj heeft geleefd. Er blijft van hem geen
spaander heel. O domme, domme Olo! Akkoord,
verscholen achter andermans woorden lagen weer
woorden van nieuwe anderen als in een hinderlaag
op hem te wachten. Zodat hij soms nog denken moet:
hierachter stak een list van Wellington of Philo! Er is,
vindt hij, de meeste tijd alleen gemis. En indien niet,
dan mist hij zijn gemis. Maar of dit erg is? Zodra hij grijs
werd, is hij nog op krokus, tulp en sneeuwklokje
verliefd geraakt. Kan Wellington, kan Philo dit beweren?
Geconfereerd heeft hij met slechtvalk en met leeuwerik,
ging bij ze in de leer voor hoger vliegwerk dan dichters
ooit hebben beheerst zonder neer te storten in hun ik.
'Kom dan, liefste,' zegt hij zacht, 'het wordt avond,
leg je oren tegen mijn kleine hart en hoor
de pasgeborene die ik ooit ben geweest.'
Luuk Gruwez is dichter, prozaïst en essayist.