Voor een superpoëtische samenleving: Claude van de Berge

Wij kiezen resoluut voor een superpoëtische samenleving. En met ons de dichters en ambassadeurs van de poëzie die dat dag in dag uit proberen waar te maken. De kandidaat van vandaag is niemand minder dan Claude van de Berge. 

"Iets wordt een waarde – of schijnwaarde – toegekend als het, liefst winstmakend, kan gebruikt worden. Het kunnen-gebruikt-worden, de doelmatigheid, is waarde – of schijnwaarde – bepalend.

Poëzie kan niet worden gebruikt omdat ze niet op het functionele van het hebben berust, maar op het zijn.

Poëzie is het zijn van het onzegbare.

Ze heeft niet het onzegbare als thema, maar is het onzegbare zelf.

Het onzegbare als taal. Het taal – zijn van het onuitsprekelijke.

Dit is economisch onbruikbaar. Dus wordt het waarde ontzegd.

Het is echter vreemd hoe bij iedere belangrijke omstandigheid in het leven, geboorte, dood, liefde, verlangen, verlies, (dat wat de filosoof Maslow “piekervaringen” noemt) telkens naar de poëzie wordt gegrepen om troost, begrip, verzoening, expressie of berusting te vinden voor gevoelens die te hevig en te ongewoon zijn om binnen logische kanalen te verwerken. Dus hoe telkens naar het onzegbare wordt gegrepen, dat opeens een waarde of een waarheid is geworden die niet aan voorwaarden moet voldoen om waarheid te zijn omdat ze een onvoorwaardelijke waarheid is.

De onvoorwaardelijkheid van het onuitsprekelijke bleek voor mij in mijn leven daarom al heel vlug de kern, de essentie.

Al heel vroeg in mijn jeugd had ik het gevoel, of de bewuste intuïtie, dat het wezen van het bestaan de poëzie zelf is, dat zelfs de universele energie als nulpunt van het universum, de poëzie, of de schoonheid, was, de gedaanteverandering van het stoffelijke in een golf, in een klank, in een stem in de sfeer van het onstoffelijke. Poëzie was slechts een vertalen van deze metamorfose. Het vertalen van de taal van het onzegbare in de taal van de mens. Een soort van magisch geheimschrift, een ontwaken uit de slaap. Iets dat zich voltrok op het raakpunt van het mysterie van het leven en slechts kon beleefd worden met een intuïtieve aanvoeling.

Zonder deze aanvoeling bleef alle poëzie hermetisch gesloten.

In het gedicht, of de schoonheid, kon ik met alles in verbinding treden, want deze verbinding gebeurde met het diepere in ons, met de ziel. En de dimensie van de ziel is het oneindige. Het stralen van het “innerlijk bewustzijn” als een met magische inkt geschreven, tot dat ogenblik onzichtbaar gebleven inschrift.

Zo was de poëzie het oneindige van het onzegbare en viel ze geheel samen met mijzelf.

Het wezen van onszelf is de poëzie. Als dit poëtisch bewustzijn voor de mens een werkelijkheid zal worden, in een hypothetische kosmische verte, zal zich niet alleen een persoonlijke psychische verandering voltrekken, maar zal ook de benadering van alle problemen, geweld, wreedheid, honger, hebzucht, uitbuiting, enz... door deze innerlijke verandering volkomen wijzigen.

Ik breng even een wijziging aan in de uitspraak van Dostojewski: slechts het onuitsprekelijke kan ons redden. Althans als we afstand doen van cynisme en arrogantie, zoals ook Walt Whitman al wist toen hij schreef: “verwerp alles wat je ziel besmet en je zult een groot gedicht zijn en niet alleen rijkelijk vloeien in je woorden maar ook in de stille welving van je mond en je gezicht en je ogen en in alle bewegingen van je lichaam”.

Poëzie is de verbinding tussen mens en universum.

Maar vooral zegt Whitman dat het geheim van het onzegbare de essentie is van mens, poëzie en universum en versmelt in de kosmische mens."

Foto (c) Arlette Walgraef

Claude van de Berge is dichter, romanschrijver en vertaler. In maart 2019 verscheen zijn nieuwste bundel De vonk (Uitgeverij P).