Voor een superpoëtische samenleving: Carl De Strycker

Wij kiezen resoluut voor een superpoëtische samenleving. En met ons de dichters en ambassadeurs van de poëzie die dat dag in dag uit proberen waar te maken. De kandidaat die we vandaag aan u voorstellen is niemand minder dan onze eigen directeur: Carl De Strycker.

"Moet poëzie iets? Volgens mij niet. Mag poëzie iets? Alles, wat mij betreft. Kan poëzie iets? Heel veel, alleen mogen we niet te veel van haar vragen. Als één iemand door een gedicht, of door een regeltje uit dat gedicht, zelfs maar door één woord uit dat gedicht geraakt wordt, dan is het een goed gedicht, dan heeft het iemands wereld veranderd, dan heeft het iemand veranderd en heeft dus de wereld veranderd.

In het gedicht ‘Welchen der Steine du hebst’ schrijft Paul Celan: ‘Welchen der Steine du hebst - / du entblösst, / die des Schutzes bedürfen’ (‘Welke steen je ook optilt - / je ontbloot / wat beschutting van stenen behoeft’). Het is een prachtig beeld: je heft een steen op, en daaronder krioelen zichtbaar en onzichtbaar duizenden wezentjes die zich onder die steen verschuilen. Zij hebben die steen nodig, want hij biedt hun bescherming, dus als je die wegneemt, stel je hen bloot aan de wereld, aan gevaar. Dit is een vers dat met oneindige tederheid spreekt over wie bescherming nodig heeft, en waarschuwt voor onnadenkendheid – als je iets doet, als je een steen verlegt in de wereld (wat een beeld is voor iets heel banaals, maar een metafoor voor iets veel groters), moet je dat goed overwogen doen. Sinds ik dit vers gelezen heb, heb ik nooit meer onbevangen een steen verlegd. Een klein inzicht uit een klein gedicht met grote gevolgen. En zo bevat elke bundel wel een vers waardoor je in de wereld staan genuanceerder, voorzichtiger en rijker wordt.

Als een dichtbundel slechts één gedicht bevat, misschien zelfs maar één regeltje, ja zelfs maar één woord dat dit teweeg kan brengen, is het de moeite waard geweest. Ook in financiële zin: de subsidies, de prijzen, de aankoopprijs van het boek – het is geen weggegooid geld. Want, beste overheid: het aantal mensen dat met behulp van kunst zo sterk gelouterd wordt, een diepe ervaring opdoet, een inzicht krijgt dat de burn-out ervan overdrijft of dat ze er een ander mens van worden, al is het dan maar voor een miljoenste deel – ‘cero komma cero cero cero cero cero cero cero cero cero cinquo’ zoals een wielrenner het ooit ritmisch en dus poëtisch verwoordde – dan is dat is niet te schatten. Dat wil zeggen: het is niet te meten, maar van onschatbare waarde."

Carl De Strycker is directeur van Poëziecentrum en hoofdredacteur van Poëziekrant.