IM Hubert van Herreweghen
Hubert van Herreweghen, geboren in 1920, debuteerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als dichter van het moderne levensgevoel. In klassieke verzen beschreef hij de ontreddering en machteloosheid van zijn generatie. Zeventig jaar later was de oudste dichter der Nederlanden eerder een op en top vitale dichter. Tegen de sterfelijkheid plaatste hij in zijn recente poëzie luchtige gedichten vol levensvreugde en taalplezier.
Beïnvloed door het existentialisme schreef Van Herreweghen in zijn essay ‘Getuigenis 1950: De Poëzie’ het volgende: ‘Voor 1940 konden de dichters zich nog als godenkinderen beschouwen, met hogere vermogens en hogere zintuiglijkheid, en die met het leven speelden; in 1950 wekt dat idee alleen een vage glimlach. Wij weten dat het leven speelt met ons!’ Dat moderne levensgevoel, veroorzaakt door de oorlog, moet implicaties hebben voor de dichtpraktijk. Ontreddering en machteloosheid moeten een plaats krijgen in de poëzie; het gedicht moet de verwarde werkelijkheid onder woorden brengen. In het werk van de jonge dichter duiken dan ook voornamelijk ‘negatieve’ thema’s op: het probleem van de sterfelijkheid, doodsangst, schuldbesef, ziekte, existentiële eenzaamheid. Die ontwrichtende inhoud presenteert hij evenwel in een klassieke vorm. Wil de dichter inhoudelijk met de vorige generatie breken, op technisch gebied zoekt hij aansluiting bij de traditie. Samen met de dichters Jos de Haes, Anton van Wilderode en Christine D’haen, wordt hij daarom gerekend tot de zogenaamde ‘bezettingsgeneratie’, religieus geïnspireerde arrière-garde dichters met een in wezen romantische thematiek en traditionele uitdrukkingswijze. Niet veel later koppelen de Experimentele Vijftigers met dichters als Lucebert, Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar ook een vormelijke consequentie aan dit verwarde wereldbeeld. Met de komst van een avant-gardistische poëzie in de Nederlanden komt Van Herreweghens werk in de schaduw te staan. Toch publiceert hij in de jaren 1960-70 een vijftal dichtbundels.
De bundel Aardewerk (1984) bleek een keerpunt in de poëzie van Van Herreweghen. Zowel inhoudelijk, typografisch als verstechnisch vernieuwt de dichter zichzelf. Hij laat de strenge vormen los, en de gedragen toon wordt ingeruild voor parlando. Zijn poëzie neigt nu naar de poésie pure van Guido Gezelle en Paul van Ostaijen. Maar ook thematisch is er een evolutie waar te nemen. Nog steeds is het besef van sterfelijkheid prominent aanwezig, maar daar wordt nu – op latere leeftijd – een gevoel van vitaliteit tegenover geplaatst. Steeds meer gedichten bezingen op een luchtige toon de schoonheid en de kracht van de natuur. De verlammende doodsgedachte uit het vroegere werk wordt vervangen door een levensbevestigende houding. Die levensvreugde spiegelt zich bovendien in een grotere mate van taalplezier. Zo gebruikt Van Herreweghen nu graag dialectische en archaïsche woorden (zoals in de titels Korf en trog of De bulleman en de vogels), begrippen uit de fauna en flora (bijvoorbeeld Kornoeljebloed) en duiken er verzen op waarin de betekenis naar de achtergrond verdwijnt ten voordele van het klankspel.
De bundel die Van Herreweghen in 2009 op 89-jarige leeftijd publiceerde, Webben & wargaren, vat alles wat zijn poëzie kenmerkt nog eens krachtig samen. De titel is een metafoor voor hoe de dichter het leven ervaart: men is erin verstrikt en krijgt er geen greep op. Leidde dat aanvankelijk tot angst, ondertussen is die omgeslagen in een vrolijke verwondering waaraan in klankrijke gedichten uitdrukking wordt gegeven. Vorig jaar publiceerde de dichter, naar aanleiding van zijn 95e verjaardag de bundel De bulleman en de vogels, waarover Dirk De Geest in Poëziekrant schreef: ‘wat de dichter hier laat zien, getuigt eens te meer van een adembenemende taalbeheersing. Als er tegenwoordig één dichter de kwalificatie ‘Meester’ verdient, dan is het wel Van Herreweghen. Bij een klassiek ingesteld auteur zijn de eeuwige thema’s – liefde, vertrouwen maar ook twijfel en verlies – vanzelfsprekend nooit ver weg, maar Van Herreweghen weet die steeds over te brengen via fascinerende verhalen en beelden. Tegelijk is de dichter erop gericht om die indrukken en gebeurtenissen te activeren tot symbolen die een diepere samenhang reveleren.’
Hubert van Herreweghen overleed op 5 november, dat maakte zijn dochter bekend.
(c) Carl De Strycker