Poeziecentrum

Wij werken momenteel haastig aan de mobiele versie van onze vernieuwde website!
U kan de oude website nog raadplegen voor verdere informatie,
of u kan hem bekijken op uw desktop.

Poeziecentrum

Het hier. Gedichtenboek 1962-2022 - Roger de Neef

Het hier. Gedichtenboek 1962-2022 is een solide verzamelbundel van Roger de Neef met daarin een zeshonderdtal, meestal herschreven gedichten. Ze werden overgehouden uit twintig eerder verschenen uitgaven en zijn aangevuld met een nog niet gepubliceerde bundel. De dichter is vanaf de jaren 1980, vanuit een compacte puur literaire zegging, overgegaan op een organische heldere parlandopoëzie.

De titel Het hier verwijst naar de enige leef- en woonruimte waar niemand van ons zich aan kan onttrekken. De thema’s die De Neef in zijn poëzie behandelt, zijn de grote onderwerpen van de literatuur: leven en liefde, geboorte, wrevel, tijd, verdrukking van minderheden, geweld, verloedering, de natuur, oorlog, verraad en nogmaals oorlog, stilte en dood.

Het fraai uitgegeven boek bevat ook een link naar een muziek- en filmopname met als titel Now’s the Time, een verwijzing naar jazz legende Charlie Parker. In deze cyclus werd De Neef geïnspireerd door het snelle, stenografische en haast kinderlijke schilderwerk van Jean-Michel Basquiat (1960-1988). De dichter wordt bij het voorlezen van zijn gedichten begeleid door altsax Ben Sluijs en contrabassist Brice Soniano.

‘Mocht ik mezelf portretteren’, aldus De Neef, ‘dan zou ik best tevreden zijn met de typering: “de dichter op voetzolen van een boom en met de stem van vogels”’.

Roger de Neef (1941) was journalist bij  Nationaal Persbureau Belga en jazz- en kunstcommentator bij de vroegere BRT1-radio. Hij heeft, vanaf 1967 tot nu, ruim twintig poëziebundels en enkele essays gepubliceerd.

Boekpresentatie op zaterdag 1 oktober om 16 uur in het Huis van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, Lombardstraat 61, 1000 Brussel

TIJDcongres. Tegelijkertijd - MoMeNT Tongeren

Natuurlijk verdient klimaat een congres van wereldformaat. Maar mag TIJD een volgend thema zijn?

Als oudste en dus eerste stad van België wil Tongeren alvast daarin enige voorsprong nemen en wordt het DNA van de stad, TIJD, stevig gebezigd.

MoMeNT, het zomerse Tongerse cultuurfestival dat tijd in zich draagt, eindigt in september traditiegetrouw met een tijdcongres.

Deze zesde editie geniet de steun  van Poëziecentrum en de curator Erik Vlaminck focust op het thema Tegelijkertijd:

Terwijl de ene wit zegt, zegt de andere zwart – terwijl een tijdcongres plaatsvindt (ca. 120 minuten), worden er tegelijkertijd wereldwijd meer dan 25.000 kinderen geboren – terwijl een tijdcongres plaatsvindt, wordt er tegelijkertijd wereldwijd ca. 400.000 euro uitgegeven aan wapens – terwijl een tijdcongres plaatsvindt, worden er tegelijkertijd 3,5 miljoen bomen gekapt - enz.

Op het Tijdcongres’22, dat plaatsvindt op zaterdag 17 september, wordt gefocust op de kracht van columnisten. Levende en overleden maar door hun literair talent nog voortlevende columnisten komen aan het woord én aan bod. Nu al genoteerd: Julie Cafmeyer (De Morgen), Stijn De Paepe (De Morgen), Hind Fraihi (De Tijd, De Lage Landen), Herman Heijermans (De Telegraaf, Algemeen Dagblad), Bieke Purnelle (Mo*, De Standaard), Joseph Roth (Frankfurter Zeitiung) en Erik Vlaminck (Sociaal.net, De Standaard)

Poëziecentrum zorgt ervoor dat dit TIJDcongres ver voorbij het eindapplaus van die zaterdagavond 17 september 2022 loopt en tekent voor een prachtige verzamelbundel waarin zowel de geselecteerde columns als de speciaal geschreven MoMeNT-columns worden opgenomen.

Hullo Bu-Bye Koko Come In - Koleka Putuma

In deze tweede bundel ontwikkelt Koleka Putuma de thema’s uit haar eerste werk Collectief geheugenverlies verder. Ook hier gaat het over de positie van een jonge zwarte en lesbische Zuid-Afrikaanse vrouw in een land dat nog nabloedt na eeuwen kolonisering en driekwart eeuw Apartheid.  Maar de accenten verschuiven van het politieke en sociale leed dat nog altijd nazindert naar de moeizame opbouw van een eigen cultuur in een door niet-zwarten gedomineerde wereld.  Daarom roept ze de herinnering op aan pioniers als Nina Simone, Brenda Fassie en Miriam Makeba:

telkens ze het je vroegen

is het dan

          May-kay-ba

          Mer-ker-bi

          Mu-ka-ba

           Me-ker-bah

           Mi-kay-beh

en jij

beleefd en vriendelijk

Makeba, yes.

Daarom pleit ze ook voor de herontdekking en opwaardering van de Afrikaanse talen en cultuur en is ze bijzonder scherp voor niet-zwarten, die ondanks alles hun vooroordelen niet kunnen wegsteken, maar evenzeer voor zwarten die zich door de bling bling van de westerse entertainmentcultuur laten verblinden. Deze nieuwe bundel is, opnieuw, een hartstochtelijk, soms ironisch en af en toe wrang requisitoir voor Afrikaanse authenticiteit.

Koleka Putuma (1993) debuteerde in 2017 met Collective Amnesia, dat intussen in zes talen vertaald werd en meteen een bestseller werd. Ze is ook een rapper en podiumkunstenares die zowel in Zuid-Afrika als daarbuiten bekend geworden is. In haar verzen maakt ze vaak gebruik van herhalingen die doen denken aan muzikale hoogstandjes als Boléro van Ravel die de lezers in een wervel van beelden en ideeën meesleuren, of van understatements die vanwege datgene wat niet gezegd maar gesuggereerd wordt soms harder aankomen dan de scherpste pamfletten.

Ludo  Abicht (1936) doceerde filosofie en literatuur in Canada (Fredericton), de USA (Antioch en Berkeley), Gent en Antwerpen.Hij vertaalde gedichten van onder meer Emily Dickinson, Pablo Neruda en William Carlos Williams

Apéro Poëzie - samengesteld door Carl De Strycker & Katrien Van der Perre

Sinds 2016 zijn Poëziecentrum en deAuteurs tijdens Theater aan Zee te gast in Kaap met het wervelende poëzieprogramma Apéro Poëzie. Daarin vertelt een bekende poëzieliefhebber over zijn favoriete gedichten en mag die een lievelingsdichter uitnodigen. Daarnaast wordt er ook altijd een debutant voorgesteld aan het publiek. In Apéro Poëzie wordt niet alleen gepraat over poëzie, maar worden de gedichten ook live getekend door een illustrator.

 

Naar aanleiding van de vijfde editie dit jaar kijken we terug op de voorstellingen waarin poëzie gelezen, besproken, getekend en gezongen wordt. De bloemlezing bevat gedichten van alle dichters die te gast waren en illustraties van alle tekenaars die we mochten ontvangen. Het is werk dat gebracht werd met zicht op zee en dat zich leent om bij een aperitief te lezen en te herlezen.

Met gedichten van onder anderen: Charlotte Van den Broeck, Delphine Lecompte, Hagar Peeters, Tonnus Oosterhoff, Peter Verhelst en Kira Wuck.

Met illustraties van onder anderen Sabien Clement, Shamisa Debroey, Gerda Dendooven, Ingrid Godon, Wide Vercnocke en Sarah Yu Zeebroek.

Bergen bergen slagroomsoezen - 5 jaar Gouden Poëziemedaille en Poëziesterren

Vijf edities Gouden Poëziemedaille en vijf edities Poëziesterren voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Gestart in 2014 als een experiment in het onderwijs, stemmen nu al 105.000 leerlingen mee voor hun lievelingsgedicht, telkens in hun leeftijdscategorie; een vakjury reikt een medaille uit aan de auteur van de beste dichtbundel.

Recente poëzie lezen, prikkelt niet alleen de smaak van jonge lezers en hun liefde voor taal maar stimuleert ook uitgevers om te blijven investeren in dit waardevolle genre.

Deze bloemlezing verzamelt de hoogtepunten uit deze vijf jaar, en brengt ook vijf tekenaars in beeld die de voorbije edities de opdracht kregen de winnende gedichten te illustreren.

Vier dit decennium mee met een overzicht van 20 pareltjes. Poëzie is taal die feestviert.

Alfabels - Wiel Kusters & Joep Bertrams

‘Van ’t allerdiepste wel de hoogste tree’ en ‘Ik  kan, weet je, verduiveld goed niet zingen,  / niet tekenen ook’. Ziehier een paar regels uit Alfabels, de bundel waarmee de Zuid-Nederlandse dichter Wiel Kusters zijn vijfenzeventigste verjaardag viert.

Tot het schrijven van de in Alfabels bijeengebrachte gedichten heeft de dichter zich laten verleiden door het zeventig jaar oude populaire abc-boekje van Rie Cramer, dat begint met ‘A is een aapje, dat eet uit zijn poot’. Cramers versjes dienen in Alfabels dan als motto bij Kusters’ zesentwintig gedichten. Gedichten die men als uitingen kan zien van een dichterlijk verlangen naar de wereldwording van letters en woorden. Diepte en hoogte, lichtheid en zwaarte vloeien in deze poëzie op onnavolgbare wijze samen. En welk een geluksgevoel bezorgen lezer de geestige en vindingrijke tekeningen van Joep Bertrams.

Al in de jaren tachtig en vroege jaren 1990 werkten Bertrams en Kusters  op vruchtbare wijze samen, destijds in een drietal gedichtenbundels voor kinderen: Salamanders vangen, Het veterdiploma en Een beroemde drummer. Meer dan 25 jaar later tonen zij in congeniale samenwerking opnieuw hun meesterschap in woord en beeld.

Wiel Kusters (1947) debuteerde in 1978 met Een oor aan de grond. Zijn verzamelde gedichten, bijeengebracht onder de titel Leesjongen (2017), en de kleine kwatrijnenbundel In opdracht (2019) werden in 2020 gevolgd door de grote bundel Zonder palet. In Poëziekrant schreef Mathijs Sanders: ‘Kusters is een van onze meest muzikale dichters.’

Joep Bertrams (1946) maakte zijn eerste prentenboek met Karel Eykman De allerallersterkste 1977. De jaren erna werkte hij met onder anderen Willem Wilmink en Wiel Kusters aan prentenboeken op basis van gedichten. Vanaf 1990 is hij voornamelijk als politiek tekenaar werkzaam maar pakt dit jaar met ontzettend veel plezier de samenwerking met Wiel Kusters weer op.

Op donderdag 9 juni wordt de bundel feestelijk voorgesteld in boekhandel De Tribune in Maastricht. Meer informatie vind je hier.

Een week later, op donderdag 16 juni, kun je genieten van een voorstelling in Amsterdam in Athenaeum Boekhandel. Meer info vind je hier.

Of lees hier een stukje uit de publicatie!

 

 

De keerzij van de toestand / L'envers des circonstances / Die andere Seite des Geschehens - Carl Norac

Als Dichter des Vaderlands kreeg Carl Norac in 2020 en 2021 te maken met een heftige actualiteit, met onder meer de coronapandemie, de actie Fleurs de Funérailles/Gedichtenkrans die hij in het verlengde daarvan op touw zette en die in vele Europese landen werd opgemerkt, maar ook met andere ‘toestanden’. Dit boek bevat de weerklank van al die trajecten en gebeurtenissen.

A Stone Flies Up Over the Mountains - Bosse Provoost & Ezra Veldhuis

A Stone Flies Up Over the Mountains bundelt en teksten en beeldmateriaal die aan de basis liggen van twee installatie-performances die het best omschreven kunnen worden als ‘scenische gedichten’: SUN-SET (2020) en Indoor Weather (2021).

Ezra Veldhuis en Bosse Provoost werkten voor SUN-SET en Indoor Weather rond de begrippen ‘kosmogonie’ (hoe wereld geboren wordt) en ‘kosmologie’ (hoe de dingen in een wereld met elkaar verweven zijn).

In het boek vinden we gedichten van Inger Christensen, een tekst van Laurie Anderson en hyperbeknopte scheppingsverhalen van de experimentele filmmaker Stan Brakhage. A Stone Flies Up Over the Mountains bevat daarnaast een breed palet aan beelden, waaronder foto’s van Laura Van Severen, technische schetsen van de voorstellingen en gevonden beeldmateriaal.

Het geheel is een poëtische assemblage, die onverwachte connecties legt tussen wijd uiteenlopende vormen en verhalen.  

Bosse Provoost (1993) en Ezra Veldhuis (1991) verkennen sinds 2018 samen het grensgebied tussen theater, performance en installatiekunst. Ze gaan vaak aan de slag met poëzie. In Matisklo (2018) werden gedichten van Paul Celan geënsceneerd.

Het werk van Veldhuis en Provoost is doordrongen van een fascinatie voor de kosmos, licht, ruimte en scenografie. Poëzie ensceneren betekent voor Provoost en Veldhuis niet alleen het letterlijke uitspreken van gedichten, maar bovenal het verankeren van een poëtica in alles wat samen een voorstelling vormt: het licht, de kostuums, het geluid, de performativiteit, de machinerie, de plek van de toeschouwer.

Het boek kwam tot stand in nauwe samenwerking met Mathieu Serruys en Joris Verdoodt. Zij hielpen het boek mee ontwerpen tot het prachtig en kleurrijk resultaat dat het geworden is!

Ducal handboek - Anneleen De Coux & Carl De Strycker (red.)

Charles Ducal (1952) is een van de belangrijkste dichters van Vlaanderen. In 1987 debuteerde hij opgemerkt met Het huwelijk, een genadeloze vivisectie van huwelijksleven van een Dichter. Nadien onderzocht hij in een aantal bundels de eigen leef- en vooral binnenwereld. De roep van de buitenwereld klonk echter steeds luider. Na veel worstelen met de poëzie brak het engagement onvermijdelijk en definitief door, mede als gevolg van het Dichterschap des Vaderlands dat Ducal als eerste op zich nam (2014-2015).  
In dit Ducal handboek worden naast zijn poëzie zijn proza en een aantal rode draden in het oeuvre belicht door kenners. Op die manier wil het boek een inleiding en naslagwerk zijn bij het werk van deze bijzondere schrijver.
Met bijdragen van Elke Brems, Anneleen De Coux, Lizet Duyvendak, Jooris van Hulle, Bram Lambrecht, Roel Richelieu van Londersele, Yvan De Maesschalck, Kris Pint, Linde De Potter, Johan Reijmerink, Koen Rymenants, Matthieu Sergier, Carl De Strycker en Katelijne De Vuyst.

 Anneleen De Coux (1978) promoveerde op een studie van de metapoëzie van Jacques Hamelink. Zij is redactielid van Poëziekrant en schrijft geregeld artikelen over hedendaagse Nederlandstalige poëzie.

Carl De Strycker (1981) is directeur van Poëziecentrum en hoofdredacteur van Poëziekrant. Hij promoveerde op een proefschrift over de invloed van Paul Celan op de Nederlandstalige poëzie (Celan auseinandergeschrieben,2012). Met Yves T’Sjoen redigeerde hij het Nolens handboek (2018), met Lars Bernaerts het Hertmans handboek (2021) en met Jeroen Dera Gedichten van het nieuwe millennium (2021).

 

Poëziecentrum nodigt je van harte uit op deze boekpresentatie. Die gaat door op vrijdag 1 april 2022 (geen grap!) om 20 uur in CC De Borre. Meer informatie over het programma en hoe je kunt inschrijven, vind je hier!

 

Niets eeuwig dan het ogenblik | De Gedichtenwedstrijd 2022 - Top 100

In de bloemlezing Niets eeuwig dan het ogenblik staan de 100 beste gedichten van de Nederlandse en Vlaamse inzenders voor De Gedichtenwedstrijd 2022. De titel is afkomstig uit het gedicht ‘Rome’ van Jacob Israël de Haan: ‘De Eeuwige Stad. O, Lied, wat is er eeuwig? / Van Rome naar Jeruzalem reisde ik / Langs zee'n diep en bergen bar en sneeuwig: / Ik vond niets eeuwig dan het ogenblik.’

 De bundel biedt een keur aan stemmen en stijlen, vormen en klanken. Zoals elk jaar passeren allerhande onderwerpen de revue.

 De Gedichtenwedstrijd kent de grootste geldprijs voor één gedicht ter wereld: de winnaar ontvangt 10.000 euro. Een (voor)jury van deskundigen uit de kringen van poëzietijdschriften Awater en de Poëziekrant beoordeelt de gedichten anoniem. De hoofdjury (dit jaar bestaande uit Dean Bowen, Andy Fierens, Liesbeth Lagemaat, Dichter des Vaderlands Lieke Marsman en Virginie Platteau) beslist over de uiteindelijke winnaar.

Het doel van de wedstrijd is om meer mensen in Nederland en België te inspireren en te enthousiasmeren voor poëzie. Sinds het begin van de wedstrijd in 2009 namen ruim 22.000 dichters  deel en werden circa 100.000 gedichten ingezonden. Lees meer over De Gedichtenwedstrijd.

Op zaterdag 19 maart 2022 werden de prijzen uitgereikt in De Brakke Grond te Amsterdam. De hoofdprijs van maar liefst €10.000 ging naar Ruth Lasters. Zij diende het gedicht Abrikozen in onder het pseudoniem Paul Bellemans. Lieke Gorter mocht de tweede prijs van €3.000 in ontvangst nemen met het gedicht HUIS. De derde prijs van €1.500 gaat naar het gedicht De dag dat er niets gebeurde van August Tholen.