Recensie: Marit Tornqvist - Jij, ik en mijn rode fiets

Bim bam berencadeau
Jan Van Coillie
Het gebeurt niet vaak dat een dichtbundel voor kinderen vertaald wordt, en al helemaal niet uit het Zweeds. Voor deze bundel selecteerde en illustreerde Marit Törnqvist gedichten van Juija Wieslander, internationaal vooral bekend om haar boeken over de koe Mama Muh. Ze schreef echter ook versjes en liedjes, die in Zweden via de radio erg populair werden.
Een klein meisje op een grote, rode fiets in een knalgeel korenveld. De omslag van Jij en ik en mijn rode fiets trekt aan als de zon. Het eerste gedicht, ‘Hoi weer’, gooit meteen alle ramen open. Blad na blad voeren verzen en tekeningen je mee in de leef- en belevingswereld van een kleuter. Die wereld is doorgaans knus en dichtbij, met een centrale plaats voor de knuffels, mama en papa, broer en zus. Blije gevoelens primeren, zoals in het titelvers. Er wordt veel gedanst, gesprongen en gezongen in de bundel. Maar er worden ook andere gevoelens opgeroepen. Je leest ze vooral tussen de lijnen, zodat je ze zelf persoonlijk kunt inkleuren: het gevoel dat papa en mama alleen van jou zijn, de verveling als je ziek bent, de trots als de zelfgemaakte hut af is, meteen gevolgd door de vraag ‘wat nu?’, de spanning en de schrik bij een onbekende man of wanneer je luistert naar een eng verhaal, de koppigheid als je vindt dat de ander de eerste stap moet zetten…
Telkens opnieuw weet de illustratrice die gevoelens treffend te verbeelden met een indrukwekkende beheersing van kleur, compositie en perspectief. De blije gevoelens bij papa en mama, op de fiets of met de knuffel dicht bij je krijgen vorm in een explosie van geel. Daarmee contrasteren het zwart en donkerbruin van de nacht en de verhalen vol geheimen, het grijs van de verveling of het blauw van de lucht waarin je volledig kunt opgaan. De compositie van het meisje op de balk waarbij alle knuffels toekijken, is perfect in balans. En door het vogelperspectief gaat je aandacht nog meer naar het felverlichte raam in de donkere nacht.
In een interview stelde Juija Wieslander dat ze zich vooral liet inspireren door het spel van kleine kinderen die zichzelf en de wereld om zich heen ontdekken. Ze kunnen in weinig woorden heel veel uitdrukken. Deze in essentie poëtische houding probeert de dichteres speels en compact onder woorden te brengen, en met haar de vertalers Hans en Monique Hagen. Meestal levert dit aantrekkelijke poëzie op, met een vleugje magie of een boeiende combinatie van helderheid en geheim. In slechts een paar gedichten ontbreekt de poëtische vonk. ‘Vergeten’, ‘Niet bij jou / Niet bij mij’ en ‘Springtouwlied’ blijven te veel steken in herkenbare observaties, dialogen of losse sprongen. Ze missen het geknetter tussen de woorden dat je anders doet kijken naar de dingen.
Alle gedichten drijven op herhalingen. In ‘Ziek’ versterken ze de verveling en het verlangen: ‘ik wou dat ik weer beter was / ik wou dat ik wist wat ik wou vandaag / ik wou dat ik iemand anders was.’ In het titelvers leggen ze extra focus op de mooie rode fiets, het blije gevoel en de verbondenheid. In ‘De zwarte grotten’ roepen ze extra spanning op: ‘’s morgens zie je / woeste sporen in de witte sneeuw / bij de grotten / de zwarte grotten’. Ook de alliteraties en bijzondere combinaties dragen bij tot de sfeer in dit gedicht. En dat gebeurt vaker. In ‘Geheimzinnige man’ zorgen de klanken vanaf de eerste regels voor spanning: ‘ik kruip en sluip / zo zacht als ik kan / ssst… geheimzinnige man’. De spanning wordt opgevoerd door vragen en herhalingen: ‘wat doet ie daar / wat doet die dan / die geheimzinnig man.’
Vaker leven dichter en vertalers zich uit in vrolijk klankspel met speelse alliteraties, klinkerrijmen, neologismen, klanknabootsingen en een huppelend ritme. In ‘Bim Bam Balans’ zijn klank en ritme helemaal in balans, als in een toverspreuk. In ‘Flodderie Fladderie Flop’ ‘hoor’ je de was flapperen aan de lijn. ‘Springtouwlied’ nodigt uit om te springen en ‘Als de druppels vallen’ om te rappen.
Jij en ik en mijn rode fietsis een bijzondere bundel. Beelden en gedichten werken magisch samen, waardoor ze jong en oud een intense, poëtische ervaring kunnen bezorgen.
Jij en ik en mijn rode fiets
Marit Törnqvist
Hans en Monique Hagen (vert.)
Amsterdam, Querido, 2010
ISBN 978 90 451 1130 8
56 p
€ 13,95
Ook als luisterboek verschenen bij Rubinstein





