Recensie: Hans Dekkers - Een uil in de zon

Hyperbolen

Remco Ekkers

Hallucinerende gedichten: is dit een indirect gebruikt bijvoeglijk naamwoord, zoals in ‘een luie stoel’? De stoel is niet lui. Zijn de gedichten hallucinerend of zijn ze geschreven in een staat van hallucinatie? En wat moet de lezer? Ook hallucineren?

         Hans Dekkers (Venlo 1954) opent zijn nieuwe bundel Een uil in de zon met het gedicht ‘De Moeders’. Een moeder bekijkt meeuwen en een visdief ‘met voddige staart’ en dan staat er ‘Opgekalefaterd door wind en zilt strekt zij / haar vlerken in de lucht.’ Dat zal de visdief betreffen. Of zijn de armen en handen van de moeder als vlerken? Het gaat zo verder:

Haar zandhanden
zingen koelte in elke porie en een lege, stenen
hemel hikt onder haar kin, waar uit
het strottenhoofd een klank springt
en een onbekende naar haar tepels reikt.
In elk koppel kaatst een beeltenis,
een schaduw die dwars door bossen waaiend
de zomer binnenvlucht. En de tijd wordt aangekaart.
Een moederlijke catastrofe, een gesel.
Zij ademt uit en in en uit, haar rok stottert en uit
haar buik stuiteren vissen die schubben verliezen.

De visdief heeft volgens ornithologen een strak getekende gevorkte staart.

Hoe moeten we dit lezen?

Deze moeder zat in een kuil bij reactorcentrum Petten. Daarna komt in hetzelfde gedicht een moeder in Gulpen, in Stavoren, in Bolsward, in Geertruidenberg, in Roermond, in Doodstil. Al deze moeders zijn ‘moeders van de stilte’ en ze zijn allen bang voor de uil.

         Bij de Grieken hebben uilen te maken met wijsheid. Het oog van de uil wordt wel vergeleken met de zon. In de Egyptische hiërogliefen symboliseert de uil dood, nacht, kou en in het bijzonder de ondergegane zon op zijn nachtelijke reis. Hij wordt wel de heksenvogel genoemd. Hij ziet in het duister het licht. Het lijkt of Hans Dekkers in zijn gedichten duistere reizen onderneemt om op zoek te gaan naar het licht van de zon.

Het derde en laatste gedicht van de afdeling met de titel van de bundel heet ‘De wedergeboorte’; de laatste regel luidt: ‘Het is het uur van de uil die in de zon vliegt.’

Het zal duidelijk zijn: Dekkers schrijft niet zo maar wat. Hij schreef eerder verhalen, romans, toneel, essays. Zijn metaforiek is zeer eigenzinnig, maar met enig nadenken komt de lezer er af en toe wel uit. Zo herkent hij in de ‘Zwerfkei’ in het gelijknamige gedicht een hyperbool. Het gaat om een jeugdherinnering waarin de ik-figuur, altijd al een waarnemer en beschouwer, een steen tegen zijn hoofd krijgt.

Ik verstop in een zandbak het monsterende ik,
de conquistador. Boven spant
het zwerk van een versleten deken
met een zwerfkei op elke windrichting.
Dan stort een meteoor ÈÈn meter door het heelal.
Ik ren achter mijn broertje het huis in,
mijn tranen rode druppels op het parket.

Moeilijker te volgen is een gedicht als ‘Oeverloos’ waarin een ik-figuur zich probeert te ontworstelen uit de duisternis, op zoek naar het licht, op zoek naar verlichting. Er is sprake van het diamanten voertuig en dat verwijst naar het tantrische boeddhisme. Het Mahayana is de meest esoterische school van de leer van Boeddha in Tibet.

De dichter is religieus ‘angehaucht’. Het wekt dan ook geen verwondering dat hij in het slotgedicht, weer zo’n hallucinerend gedicht, Blake aanhaalt: ‘dat de uil wil dat alles wit is.’

De laatste regel van de bundel is: ‘We verlangen naar een zon die ons opslokt.’

Uit Dekkers’ gedichten blijkt dat hij wil communiceren, dat wil zeggen gemeenschap zoeken met de wereld en zijn oorsprong. Hij herkent de situatie van de zielen in de Limbus. Dat is het voorgeborchte waarin volgens de katholieke leer de zielen van hen die stierven vóór Jezus’ kruisdood en de onnozele kinderen verkeren, als het ware aan de rand van de hemel, niet gestraft, maar ook niet zalig. De zielen moeten daar wachten op de verlossing. Het zou me niet verbazen als de dichter een geheel andere verlossing bedoelt in de gelijknamige afdeling, een die te maken heeft met de aardse liefde. Ik had het al over hyperbolen.

Hans Dekkers
Een uil in de zon
Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2010
61 p./ € 15,90