Roger M.J. de Neef (Wemmel, 1941) studeerde geschiedenis en communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij is naast dichter ook kunstrecensent en gepassioneerd jazzliefhebber. Zijn gedichtenbundels vielen meermaals in de prijzen. Zo won hij onder meer de Arkprijs van het Vrije Woord en de driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie.
De Neef debuteerde met Winterrunen (1967), dat drie jaar later gevolgd wordt door Lichaam mijn landing (1970). Daarna verschenen De grote wolk (1972), Gestorven getal (1977), De gedichten van licht en overspel (1982) en het met de Staatsprijs bekroonde De vertelkunsten van de bloemen (1985).
Als jonge dichter sloot De Neef zich aan bij geestesgenoten Nic van Bruggen, Dirk Christiaens, Wilfried Adams en Michel Bartosik, die in de tijdschriften Morgen en Impuls een neo-experimentele poëtica in het spoor van Hugues C. Pernath voorstonden. Dit was een reactie op de neo-realistische poëzie waarvan Herman de Coninck het boegbeeld was. In tegenstelling tot deze toegankelijke, op de werkelijkheid geënte poëzie, schreven De Neef en zijn generatiegenoten op de taal geënte verzen van een filosofische en zelfs metafysische inslag. Een maniëristische poëzie die door velen als te hermetisch werd ervaren.
Daar komt verandering in met zijn bundel De halsband van de duif (1993) die toegankelijker is dan zijn voorgangers. De inhoud en vorm worden soberder, de gedichten meer herkenbaar en trefzeker. De Neef dicht over thema's als vriendschap, dood, waarheid, engagement en liefde. Deze bundel wordt gevolgd door Notices de Bayonne (1994,14 gedichten als hommage aan Bram van Velde), Empty Red Blues (1996), De kou van de liefde (1999) en Het boek van de roos en het zout (2002).
Omdat uit 2007 is zijn meest recente bundel. In deze gedichten behandelt Roger M.J. de Neef zowel in uitgesponnen als in korte uitgepuurde gedichten, de hem vertrouwde motieven en thema's van de roos, boom, vogel, tijd, liefde, afscheidnemen en afkomst. Evenwel, nergens is er slijtage of herhaling: de thema's worden vanzelfsprekend telkens opnieuw onderzocht en, namens ons allen, door de dichter met nieuwe ervaringen en beelden verrijkt. Over zijn jongste bundel schrijft de auteur:
'Omdat het woord 'omdat' steevast de inleiding tot een verklaring vormt, is het voor mij, al sinds mijn vroegste jeugd, een 'schrikwoord'. Poëzie werkt niet verklarend. Zij doet enkel voorstellen, is pure aanwezigheid in en bij de 'schijnorde' van dingen en mensen in de wereld.' (acherflap Omdat)
Of zoals Paul Demets het naar aanleiding van deze bundel verwoordt:
'Poëzie lost de vragen over het bestaan niet op, maar doet voorstellen om verder mee te leven.' (De Morgen, 2007) |